De kracht van herhalen

Bij een simpele kijk in de programma’s van elk professioneel symfonieorkest is er standaard, dus elk seizoen, aandacht voor de grote componisten en hun ijzeren repertoire. Composities die in de voorbije 300 jaren met grote regelmaat terugkeren op de programma’s.



Aan het einde van de 19e eeuw werd het steeds meer een terugkerend gebruik dat de componisten uit de Romantiek, de Weense Klassiekers, de Pré-Klassiekers en de grote namen uit de Barok geprogrammeerd werden. Van de orkesten en dirigenten werd dus verwacht dat men zich ging inleven in de compositorische wereld van de componisten van weleer. Het interpreteren van composities was een belangrijke zaak en werd door het publiek, pers en muziekrecensenten nauwlettend gevolgd.

Reeds toen kregen bepaalde dirigenten het etiket opgeplakt dat het typische Beethoven, Mahler of Bruckner-dirigenten waren. En uiteraard ook als zodanig op basis van hun specialisme uitgenodigd bij vele orkesten. De ‘kracht van herhalen’ was begonnen!

 

Tijdens het interbellum werd in vele huiskamers een radio geplaatst en kwam men via dit medium in aanraking met opnames van vele soorten muziek en een veelvoud aan uitvoeringen. Het werd duidelijk dat bij het beluisteren van opnames er het nodige viel op te merken over de uitvoering. Door het kunnen terugluisteren van opnames begon de perfectionering steeds hogere eisen te stellen.

De opnametechnieken hebben dan ook een wezenlijke bijdrage geleverd bij de verdere professionalisering van de o.a. de symfonische muziek (etc. etc.). Het steeds maar willen verbeteren van het artistieke product.

 

Vandaag de dag is het de normaalste zaak van de wereld dat een dirigent op basis van zijn specialisme wordt uitgenodigd om concerten te geven met repertoire dat hij/zij door en door kent. Maar niet alleen de dirigent kent de muziek door en door maar het orkest ook door de simpele ‘kracht van herhalen’.

Door met grote regelmaat het grote ijzeren repertoire te herhalen en oneindig de verdere verdieping van partituur ‘X’ op te zoeken krijgt goed repertoire de kracht om boven zichzelf uit te stijgen. Neem onze nationale trots het KCO. Door decennialang het grote Duitse en Franse repertoire te herhalen met dirigenten die dat tot hun specialisme hebben gemaakt, Haitink met Mahler, Bruckner en Beethoven als voorbeeld, krijgen deze componisten tijdens hun uitvoering een lading die recht doet aan het allerhoogste kunstgevoel.

 

De ‘kracht van het herhalen’, om nu een brug te slaan met de vorige alinea, binnen de blaasmuziek is in alle opzichten een ongekend fenomeen. Composities terugnemen en opnieuw met het orkest in de partituur de verdere verdieping te zoeken komt echt relatief veeeeel te weinig voor.

Het spelen van het repertoire dat in de gloednieuwe flitsend brochures staan vermeld hoort bij vele dirigenten tot een aanpak die past bij hun functie. Repertoire terugnemen van de jaren 50 – 60 en 70 van de vorige eeuw wordt, niet alleen bij dirigenten maar ook bij vele muziekcommissies, gezien als repertoire dat niet meer past bij de blaasmuziek anno nu. Echter een goede compositie verliest nooit haar kracht en haar ‘specifieke geheim’.

Door de ‘kracht van herhalen’ en het met grote regelmaat de analyse, muzikale benadering, interpretatie, zoektocht naar het kleinste detail en het plaatsen in een goed overwogen programma, opnieuw te overwegen biedt voor elk orkest in haar ontwikkeling alleen maar voordelen. Dit over een langere periode, bijvoorbeeld 5 jaren. Een compositie terugnemen met een tussenperiode van één tot anderhalf jaar, zal voor elke orkest een formule zijn waarbij men gezamenlijk de status quo van het orkest goed kan peilen.

Als orkest krijgt men bij het (her)lezen een ander instapniveau (het o zo bekende ‘Aha Erlebnis’) en de dirigent zal na een gedegen analyse een nieuwe(re) kijk geven op de compositie.

Er is in alle divisies voldoende repertoire voorhanden die deze formule ‘de kracht van het herhalen’ kan doorstaan.

Het laten rijpen van een compositie die over een bepaalde periode is ingestudeerd krijgt zeer regelmaat niet de kans tot echte verdieping. De ‘snelle hap’ en te vaak wisselen van programmaonderdelen heeft tot gevolg dat het echt laten rijpen achterwege blijft.

Elke dirigent zou in principe zijn/haar orkest ervan moeten kunnen overtuigen dat het herhalen van goed repertoire zoals hier omschreven veel voordelen heeft.

 


Terug



Deel het met uw vrienden!


Meer Repertoire

Het verlies van zeer bruikbare klankkleuren

Het repertoire voor fanfare-orkest heeft sinds de introductie van de Concertafdeling in 1985 een enorme vlucht genomen. Een van onze muzikale helden voor de blaasmuziek, Henk Badings, gaf o.a. met zijn Images(1983) en zijn Sagas (1985) aan dat deze orkestvorm klaar was voor een enorme verruiming van het klankleurenpalet. Images, met zijn tot dan toe onbekende effecten als de aleatoriek en Sagas met uitbreiding van het klarinettenquartet.

Toonaangevend Repertoire

Een lijst van originele composities voor blaasorkest, symfonische transcripties en bewerkingen van brassband voor fanfareorkest, die in de voorbije 200 jaren de Nederlandse blaasmuziek op diverse manieren hebben gevormd. Van speelplezier tot en met kwaliteitsbewaking en formulering. Deze lijst werd in 2009 samengesteld door een enquete die gehouden werd onder de leden van de BvO&I. In januari 2020 komt een vervolg op deze lijst over de meest belangrijke werken gespeeld in de eerste 20 jaren van de 21ste eeuw.