'Waar staan we met z'n allen binnen het internationale blaasmuziek repertoire?
Tekst van het Webinar van zondag 30 augustus voor de Online Kurs Bund Deutscher Blasmusik
Het was zondag 30 augustus jl. het 53ste Webinar dat ik mocht geven voor 41 dirigenten uit 6 verschillende landen.
Het volgende webinar is zondag 27 september om 17.00u
Waarom is er gekozen voor dit thema?
Waar staan we met z’n allen in de internationale blaasmuziek als we kijken naar het reguliere repertoire van talloze orkesten! Een enorme uniformiteit aan gekozen repertoire.
Veel van hetzelfde en in vele programma’s zit weinig tot geen variatie en ontwikkeling voor het orkest.
Oorzaak?
Globalisering van de blaasmuziek wordt weleens als oorzaak aangereikt en eigenlijk is dat ook zo.
Stap voor stap is het repertoire sinds de Tweede Wereldoorlog naar elkaar toegegroeid en zien we een steeds sterker uniform klankidioom – orkestratie – vorm - stijl – harmonie en ritmiek ontstaan waarbij grenzen vervagen en het repertoire van waar dan ook op elkaar is gaan lijken.
Helaas is de afwezigheid van echte polyfonie in vele partituren triest te moeten constateren.
De meeste componisten zouden makkelijk bij hun ‘eigen klankidioom’ (afkomstig van het land van herkomst) kunnen blijven maar de wens om zoveel mogelijk gespeeld te worden, wat terecht voor elke componist een wens is, verzwakt de motivatie om het ook te doen.
Ze laten het bewust los en zien in een meer Europese blaasmuziekrepertoire toekomst hetgeen ook al enkele decennialang gebeurd.
Het direct koppelen van de bezetting van de orkesten aan het repertoire dat men speelt is in vele landen helaas geschiedenis. Kijk maar naar de vele Duitstalig landen in centraal Europa.
Zeer sporadisch vind men repertoire met functioneel bezet meerkleurig koper met flügelhorns, tenorhorns, euphonia/baritons.
Zo ook bijvoorbeeld de Engelse, Franse en Spaanse orkesten met hun specifieke bezettingen.
Korte historische context
Als we ons wagen aan het maken van een tijdsindeling sinds 1945 zou de volgende kunnen kloppen:
- Het repertoire komt stap voor stap onder sterke invloed vanuit de USA
- De komst van de TV en de sterke ontwikkeling van de opnametechnieken, radio etc, en natuurlijk de komst van de LP’s met blaasmuziekrepertoire brengt ons in contact met repertoire van over de grenzen
- Educatie, aan muziekscholen en conservatoria van muzikanten en dirigenten wordt steeds professioneler.
- Componisten gaan steeds meer en meer elementen uit de volksmuziek van andere landen gebruiken om zo divers mogelijk te schrijven. Er zijn zelfs vele componisten die om deze reden diverse pseudoniemen aannemen
- Niet te onderschatten zijn de nationale en internationale concertconcoursen (Certamen de Bandas – WMC – ECWO – EBBA etc.)
- Uitgevers gaan een steeds sterkere rol spelen bij het bepalen van het repertoire dat mogelijk interessant zou kunnen zijn voor de orkesten
- Het modernisme blijft minstens 10 jaar achter bij de symfonische wereld. In de blaasmuziek komt dat tot grote bloei in de jaren 80 en het begin van jaren 90
- De komst van de computer maakt van te veel handige muzikanten een ‘componist’
- Vanaf de jaren 90 wordt de markt langzamerhand overspoeld met discutabel repertoire van incompetente componisten. Componeren is een vak voor professionals!!
- Vele dirigenten zijn weinig kritisch en het niveau van het repertoire daalt.
- De rol van de uitgevers wordt steeds sterker wat prima is maar de kritische houding van vele dirigenten blijft (deels) uit
- Het gemakkelijk programmeren wordt steeds vaker een feit. Een behouden koers, gemakzucht, veilig, weinig compositorisch uitdagend, veel eenheidsworst brengt de blaasmuziek in een steeds zwakkere positie binnen de muziekkunst
- Is het allemaal zo minder rooskleurig? Dat hoeft in principe niet als we uiteindelijk zelf met een meer kritische, artistieke, en beleidsmatige manier in het belang van de orkesten gaan programmeren. Er is echt voldoende goed repertoire maar we mogen niet buigen voor eenvormigheid en voorspelbaarheid.
- De blaasmuziek is niet gebaat bij de McDonald-formule. Integendeel
Vragen
- Is er duidelijk sprake van Europese blaasmuziek?
- Waar zijn de karakteristieke elementen van de vele nationale scholen?
- Heb je kennis van de verschillende blaasmuziekculturen en weet je dat over te brengen op jouw orkest?
- Ben je gericht op zoek naar breder repertoire?
- Waarom wordt er zo weinig progressief geprogrammeerd?
- Is men bang voor het verlies van achterban?
- Kan men de achterban ‘onderwijzen’ en meenemen in de ontwikkeling van jouw orkest?
- ‘Kun je het programmeren voor jouw orkest vergelijken met de wekelijkse warme maaltijden binnen het gezin?’. Vertrouwd maar weinig creativiteit!!!
- Is het vertrouwd programmeren een zaak van ‘op safe gaan’ om zoveel mogelijk muzikanten binnenboord te houden en de achterban te vriend te houden?
- Is het de strategie van de uitgevers?
- Is het een zaak van creativiteit en angst om ‘onbekend is onbemind’ te programmeren?
- Is het een zaak van meerjarenplanning? Ga bij jezelf te rade of de programma’s op inhoudelijke aspecten meerdere jaren achter elkaar steeds hetzelfde zijn
- Ligt het voor een groot gedeelte aan de ‘Lifelong Learning’ mentaliteit en inzicht van de dirigent en zijn muziekcommissie?
In welke aspecten van de programmering kunnen de veranderingen zitten c.q. de verdere ontwikkelingen van jouw orkest?
De volgende aspecten zijn, wat mij betreft, permanent een onderdeel van de verdere ontwikkeling van het orkest:
- Harmonisch
- Ritmisch
- Polyfonisch
- Compositorisch/vorm
- Stilistisch
- Orkestratie
Alle hierboven genoemde aspecten hebben een directe relatie met de bezetting van het orkest. De bezetting die nagenoeg wekelijks aanwezig is of die kunstmatig in stand wordt gehouden (met goedkeuring van het orkest).
Tips and Tops
- Het samenstellen van een concert/jaarprogramma staat gelijk aan de directe vorming van het orkest. De relatie met het publiek staat op de 2e Op de 1ste plaats staat speelvreugde op het hoogst denkbare reële niveau van het orkest
- Doe geen concessie aan kwaliteit van composities c.q. arrangementen en/of transcripties. Kwaliteit is te zien in de partituur en uiteindelijk te horen. Zorg op de cruciale punt voor voldoende vakkennis. Heb je die te weinig? Zorg dat je die dan wel krijgt
- Het minimaal een keer per jaarprogramma met een gekozen werk buiten de ‘vaste route’ een compositie kiezen teneinde het orkest verder te ontwikkelen waarbij diverse compositorische aspecten breder en dieper aanbod komen. Dus op het gebied van:
- Harmonisch
- Ritmisch
- Polyfonisch
- Compositorisch/vorm
- Stilistisch
- Orkestratie
- Maak over meerdere jaren het hoofdprogramma. Dat klinkt hoogdravend maar het werkt echt. Programmatische doelstellingen op korte EN lange termijn maken. Deze planning kan (lees: zal) een grote invloed hebben op het beleid m.b.t. de bezetting van het orkest.
- Het herhalen van composities die aan goede eisen voldoen is een absolute meerwaarde voor de ontwikkeling van alles en iedereen. (De symfonische wereld doet sinds het begin van de 19e eeuw niets anders)
- Wil je niet meteen met het complete orkest deze stappen zetten doe het dan met ensembles uit het orkest. Het gaat uiteindelijk werken als een olievlek en stimuleert meerdere muzikanten
- Indien een ensemble uit jouw orkest een ‘ander geluid’ heeft ingestudeerd plan het dan ook binnen het concertprogramma en geef het ensemble een podiumbeurt.
- Houd a.u.b. rekening met het feit dat niet elke nieuwe partituur bruikbaar is en past binnen jouw concertprogramma
- In de kern en het artistieke beleid van het orkest zou (lees: moet) elke partituur vormend zijn. Op welke wijze dan ook!
Alex
Deel het met uw vrienden!